Ieder nieuw seizoen is er weer een hoop te genieten (en te werken) in de tuin. Het is steeds weer een verrassing hoe het er na de winter uitziet. Maar we hebben ieder jaar weer hoop, dat er wat hulp komt van ons kleine legertje kabouters. Maar helaas tot nog toe niks van gemerkt. Graag wil ik je laten kennismaken met mijn tuinvolkje.
Als eerste was daar natuurlijk Lijpe Harry

Je zult je afvragen, hoe komt nou zo'n kabouter aan zo'n naam. Nou, dat zit zo; Harry heeft zijn plek vlak bij de ingang, dus in principe geeft hij een fluitje als er iemand aan komt. Maar aangezien hij dat naar believen doet, de ene keer wel en de andere keer niet, vinden we hem een beetje lijp, dus vandaar zijn naam.
Als tweede staat daar onze Floris

Hij is een lief, vrolijk ventje, wil alles weten van de flora en fauna in de tuin, maar werken is hem vreemd. Hij heeft een bijzondere band met bijtjes, maar zich nuttig maken is er voor hem niet bij, hij bekijkt het leven van de vrolijke kant en geniet.
Aan de vijverrand nummer 3 Hendrik-Jan

De naam doet vermoeden, dat hij er eentje is, die nog wel eens iets nuttigs doet in de tuin. Hij heeft dan ook wel ijverig een harkje in zijn hand, maar onder ons gezegd, wij hebben hem nog nooit iets nuttigs zien doen. Hij bekijkt alles zo vanaf de vijverrand en denkt bij zichzelf: "Jullie bekijken het maar".
Als vierde hebben we onze Bommel

Hij zit heerlijk in een appelboom op zijn schommeltje en schommelt wat heen en weer. Hij smoest af en toe wat met de mussen in de tuin, die naast hem op een tak komen zitten. Voor de rest doet hij niet veel, hij is ook al aardig op leeftijd. Kijk maar naar zijn baard, dus dan mag je ook wel rustig aan doen.
Als vijfde en zesde staan daar wat verscholen onder een dennenboom, Sjefke en Wiel

Zij komen uit Limburg en moeten nog even wennen aan het hoge noorden, maar wij hebben zo'n vermoeden, dat we daar ook niet veel hulp in de tuin van mogen verwachten. De ene speelt wat op zijn accordeonnetje en de andere op zijn fluit (dat schiet dus ook lekker op).
Als zevende hebben we dan nog Klingel

Hij hangt vrolijk aan de rand van de houtopslag en bij ieder zuchtje wind klingelt hij zacht met zijn staafjes. Dus ook eerder een muziekkantje dan een tuinman.
Dan hebben we als achtste en negende, Jut en Juul

Zij hebben wel tuingereedschap in de handen, hetgeen toch wel hoop geeft, maar die was tot nog toe wel tevergeefs. Ze staan een beetje te ouwebetten met elkaar en zo krijgen ze de tijd ook wel om. Het zijn lieverds, daar niet van, maar aan werken hebben ze een hekel.
Dan hebben we als tiende in de rij, Georgie

Hij maakt zich binnen nuttig met een klein lantarentje, wat hij de hele nacht laat schijnen. Mocht er iemand zijn bedje uit moeten, dan is het niet nodig in het donker rond te tasten, want Georgie verlicht zijn pad. Daar zijn we wel dankbaar voor.
En dan als nummer elf, we durven het haast niet te bekennen, staat op de vensterbank onze Pinky.

Pinky is een ondeugend mannetje, want hij staat in zijn blote piemeltje voor het raam en voelt zich daar erg gelukkig. Enig schaamtegevoel is bij hem totaal vreemd.
Op nummer 12 Floaty

Floaty, een ventje klein
Verkoos het om bij ons te zijn,
Lekker luierend in de zon,
Menig mens wou dat hij 't kon,
Heerlijk dobberend op zijn blad,
Is hij de zomer nog lang niet zat.
Je ziet dus wel, we hebben heel wat gezelschap in de tuin, wat het wel erg gezellig maakt. Maar ...... al het werk moeten we dus noch steeds zelf doen, hoewel ik toch ooit gehoord heb over tuinkabouters, die het werk doen.